Startbedrag voor zwangerschap: wanneer dien je het medisch attest in?
Geschreven op 31/08/2026 door Family Service,
Wil je tijdens je zwangerschap het startbedrag van het Vlaams Groeipakket aanvragen? Dan is er sinds de zomer van 2026 een belangrijke verduidelijking. Voor een voorafbetaling vóór de geboorte volstaat het niet meer dat je attest simpelweg tijdens de zesde zwangerschapsmaand werd opgesteld. Het medisch attest moet bevestigen dat je minstens 180 volledige dagen zwanger bent. Dat komt overeen met zes volledige maanden zwangerschap.
De nieuwe verduidelijking is vooral belangrijk voor toekomstige ouders die hun startbedrag zo vroeg mogelijk willen ontvangen. Dien je een attest te vroeg in, dan kan het niet als geldig bewijs dienen voor de voorafbetaling.
Inhoud
- Wat is het startbedrag voor zwangerschap van het Vlaams Groeipakket?
- Wat verandert er in 2026 voor het zwangerschapsattest?
- Wanneer kun je het startbedrag aanvragen tijdens je zwangerschap?
- Wat moet er op je zwangerschapsattest staan?
- Wanneer krijg je het startbedrag uitbetaald?
- Startbedrag aanvragen in 2026: onthoud vooral de 180 dagen
- FAQ: de meest gestelde vragen van ouders
Wat is het startbedrag voor zwangerschap van het Vlaams Groeipakket?
Het startbedrag is een eenmalige financiële tegemoetkoming die je in Vlaanderen krijgt bij de geboorte of adoptie van een kind. Vroeger werd dit meestal kraamgeld of geboortepremie genoemd.
In 2026 bedraagt het startbedrag € 1.269,25 per kind. Ook bij een meerling krijg je het bedrag per kind. Na de geboorte volgt automatisch het maandelijkse basisbedrag van het Vlaams Groeipakket wanneer je dossier volledig in orde is.
Meer weten over de verschillende bedragen en mogelijke toeslagen? Bekijk dan ook hoeveel Groeipakket je krijgt en welke toeslagen mogelijk zijn. Volgens Vlaanderen.be bedraagt het startbedrag momenteel € 1.269,25 en kan het vóór of na de geboorte worden aangevraagd.
Is het startbedrag hetzelfde als kraamgeld?
In Vlaanderen wordt de officiële term “startbedrag” gebruikt. “Kraamgeld” en “geboortepremie” zijn oudere benamingen die nog vaak in zoekopdrachten en gesprekken worden gebruikt.
Wanneer je dus zoekt naar kraamgeld in Vlaanderen, gaat het doorgaans over hetzelfde eenmalige bedrag binnen het Vlaams Groeipakket. Let wel op wanneer je informatie voor Brussel of Wallonië leest. Daar gelden andere systemen, bedragen en voorwaarden.
Wat verandert er in 2026 voor het zwangerschapsattest?
De belangrijke verandering zit niet in het bedrag, maar in het moment waarop je medisch attest geldig is voor een voorafbetaling.
In een toelichtingsnota van het Vlaams Groeipakket van 25 augustus 2026 wordt verduidelijkt dat een attest pas geldig is wanneer je minstens 180 volledige kalenderdagen zwanger bent.
Dat betekent dat je zes volledige maanden zwangerschap moet hebben bereikt.
Het attest moet bovendien:
- gedateerd en ondertekend zijn;
- de vermoedelijke bevallingsdatum vermelden;
- vermelden of het om een eenling of meerling gaat;
- opgesteld zijn door een arts, gynaecoloog of vroedvrouw;
- pas na minstens 180 dagen zwangerschap worden ondertekend.
Een attest dat vóór die grens van 180 dagen werd opgesteld, geldt niet als geldig bewijs voor een voorafbetaling van het startbedrag.
Waarom zorgt de regel van 180 dagen voor verwarring?
De verwarring ontstaat vooral doordat vaak wordt gezegd dat je het startbedrag “vanaf de zesde maand van je zwangerschap” kunt aanvragen. De zesde zwangerschapsmaand beginnen en zes volledige maanden zwanger zijn, zijn echter niet hetzelfde.
Volgens de nieuwe richtlijn moet je voor een geldig zwangerschapsattest zes volledige maanden, of 180 kalenderdagen, zwanger zijn. Je bevindt je dan aan het begin van je zevende zwangerschapsmaand. Ook de officiële informatie van FONS over het startbedrag vermeldt nu expliciet dat het doktersattest voor een aanvraag vóór de geboorte ondertekend moet zijn na minstens zes maanden of 180 dagen zwangerschap.
Een eenvoudig voorbeeld
Stel dat je zesde zwangerschapsmaand net begonnen is. Je kunt misschien al informatie invullen of contact opnemen met je uitbetaler, maar je zwangerschapsattest is nog niet automatisch geldig voor de voorafbetaling.
Pas wanneer je 180 volledige dagen zwanger bent, kan je arts, gynaecoloog of vroedvrouw een attest opstellen dat aan deze nieuwe voorwaarde voldoet. Het is dus vooral belangrijk om niet alleen naar “maand zes” te kijken, maar naar het exacte aantal zwangerschapsdagen.
Vanaf wanneer geldt de nieuwe regel?
De toelichtingsnota van het Vlaams Groeipakket maakt een duidelijk onderscheid tussen oude en nieuwe dossiers.
Aanvragen die tot en met 31 juli 2026 werden behandeld, vallen nog onder de oude regeling. Daarbij kon een medisch attest dat vanaf de zesde zwangerschapsmaand werd ingediend nog als geldig bewijs voor de voorafbetaling worden beschouwd.
Voor dossiers die vanaf augustus 2026 volgens de nieuwe regeling worden behandeld, geldt de grens van minstens 180 volledige dagen zwangerschap.
Heb je rond juli of augustus 2026 een aanvraag ingediend en twijfel je welke regel op jouw dossier van toepassing is? Neem dan rechtstreeks contact op met je uitbetaler.
Wanneer kun je het startbedrag aanvragen tijdens je zwangerschap?
Je hoeft niet te wachten tot de geboorte om je startbedrag aan te vragen. Volgens het Vlaams Groeipakket kun je tijdens de zwangerschap al een aanvraag indienen. Voor een voorafbetaling moet je uitbetaler echter over een geldig zwangerschapsattest beschikken. De praktische regel is daarom:
Voor 180 dagen zwangerschap
Je kunt je al informeren of bij sommige uitbetalers je aanvraag opstarten, maar je beschikt nog niet over het geldige medische attest dat nodig is voor de voorafbetaling.
FONS vermeldt bijvoorbeeld dat je een aanvraag kunt starten en het attest later kunt bezorgen. Zonder geldig attest is je aanvraag voor de voorafbetaling nog niet volledig.
Vanaf 180 dagen zwangerschap
Vanaf het moment dat je minstens 180 dagen zwanger bent, kan je arts, gynaecoloog of vroedvrouw het geldige zwangerschapsattest opstellen.
Je bezorgt dit vervolgens aan je uitbetaler.
Ten vroegste twee maanden vóór de vermoedelijke bevallingsdatum
Het startbedrag zelf wordt niet onmiddellijk uitbetaald zodra je 180 dagen zwanger bent.
Volgens Vlaanderen.be over het startbedrag tijdens de zwangerschap ontvang je het bedrag ten vroegste twee maanden vóór je uitgerekende geboortedatum.
Wat moet er op je zwangerschapsattest staan?
Om problemen bij je aanvraag te vermijden, controleer je het attest het best voordat je het indient.
Het document moet minstens duidelijk maken:
- dat je minstens 180 volledige dagen zwanger bent;
- wat je vermoedelijke bevallingsdatum is;
- of je één baby of een meerling verwacht;
- wanneer het attest werd opgesteld;
- wie het attest heeft opgesteld en ondertekend.
Het attest kan volgens de richtlijnen worden opgesteld door een arts, gynaecoloog of vroedvrouw.
Vooral de datum waarop het document ondertekend wordt, is sinds de verduidelijking van 2026 belangrijk.
Wat als je attest te vroeg werd opgesteld?
Is je zwangerschapsattest opgesteld voordat je 180 volledige dagen zwanger was? Dan wordt het volgens de nieuwe richtlijn niet beschouwd als geldig bewijs voor de voorafbetaling.
Dat betekent niet dat je je recht op het startbedrag verliest. Je zult in de praktijk een nieuw attest moeten bezorgen dat wel na de grens van 180 dagen zwangerschap werd opgesteld.
Heb je je aanvraag al ingediend? Neem dan contact op met je uitbetaler om te controleren welke documenten nog nodig zijn.
Wanneer krijg je het startbedrag uitbetaald?
Ook met een geldig attest krijg je het startbedrag niet vroeger dan twee maanden vóór de vermoedelijke geboortedatum. Dat betekent bijvoorbeeld dat een vroege aanvraag niet automatisch tot een vroegere betaling leidt.
De uitbetaler controleert eerst je aanvraag en het medisch attest. Zodra aan de voorwaarden is voldaan en de vroegste betaaldatum bereikt is, kan het startbedrag worden uitbetaald. In 2026 bedraagt het bedrag € 1.269,25 per kind.
Bij welke uitbetaler vraag je het startbedrag aan?
Het Vlaams Groeipakket wordt uitbetaald via een erkende uitbetaler. Verwacht je je eerste kind en heb je nog geen uitbetaler, dan kun je er voorlopig zelf één kiezen. Heb je al kinderen waarvoor je Vlaams Groeipakket ontvangt, dan heb je in principe al een uitbetaler.
Sinds 1 juli 2026 verandert het Vlaamse systeem geleidelijk richting één centrale uitbetalingsstructuur. Gezinnen die al bij een uitbetaler zijn aangesloten, kunnen sinds die datum niet langer vrij van uitbetaler veranderen. Het bedrag van het startbedrag zelf is wettelijk vastgelegd. Je krijgt dus niet meer of minder startbedrag afhankelijk van welke uitbetaler je kiest.
Wat gebeurt er na de geboorte?
Na de geboorte wordt het maandelijkse basisbedrag van het Vlaams Groeipakket automatisch opgestart zodra de nodige gegevens beschikbaar zijn. Je hoeft dus niet opnieuw een volledig afzonderlijke aanvraag voor het basisbedrag te doen wanneer je dossier voor het startbedrag al correct werd geopend.
Naast het Groeipakket zijn er rond de geboorte nog verschillende andere administratieve stappen. Gebruik daarom ook onze zwangerschapschecklist met alles wat je vóór en na de geboorte moet regelen.
Startbedrag aanvragen in 2026: onthoud vooral de 180 dagen
Wil je je startbedrag al vóór de geboorte ontvangen? Kijk dan in 2026 niet alleen naar de zwangerschapsmaand waarin je zit. Voor het medisch attest telt voortaan heel concreet de grens van 180 volledige kalenderdagen zwangerschap. Je attest moet pas daarna worden opgesteld en ondertekend om als geldig bewijs voor de voorafbetaling te dienen.
De eenvoudigste aanpak is dus:
- wacht tot je minstens 180 dagen zwanger bent;
- vraag daarna je zwangerschapsattest aan je arts, gynaecoloog of vroedvrouw;
- controleer of de vermoedelijke bevallingsdatum en eenling of meerling vermeld staan;
- bezorg het attest aan je uitbetaler;
- het startbedrag kan vervolgens ten vroegste twee maanden vóór je vermoedelijke bevallingsdatum worden betaald.
Heb je je documenten rond de overgang in juli of augustus 2026 ingediend? Vraag dan aan je uitbetaler welke regeling voor jouw dossier geldt.
Ontdek YooMum! De app voor (aanstaande) mama's
Van je zwangerschapsattest en het startbedrag tot je ziekenfonds, geboortelijst en administratieve voorbereiding op de geboorte: tijdens je zwangerschap moet je heel wat regelen.
Met YooMum vind je informatie die aansluit bij de verschillende fases van je zwangerschap en kun je ervaringen uitwisselen met andere toekomstige mama’s over alles wat er praktisch en emotioneel bij de komst van een baby komt kijken.
Ontdek YooMum via de App Store of Google Play.
FAQ: de meest gestelde vragen van ouders
Je kunt je aanvraag tijdens de zwangerschap al opstarten. Om het startbedrag vóór de geboorte te kunnen laten uitbetalen, heb je sinds 2026 een medisch attest nodig dat werd opgesteld nadat je minstens 180 volledige dagen zwanger bent.
Voor een geldig medisch attest voor de voorafbetaling moet je minstens 180 volledige kalenderdagen zwanger zijn. Dat komt overeen met zes volledige maanden zwangerschap.
Niet automatisch. Het belangrijke criterium is sinds de nieuwe richtlijn niet enkel dat je in je zesde zwangerschapsmaand zit, maar dat je minstens 180 volledige dagen zwanger bent. Een attest dat vóór die grens is opgesteld, geldt niet als geldig bewijs voor de voorafbetaling.
Dan kan het onder de nieuwe regeling niet worden gebruikt als geldig bewijs voor de voorafbetaling. Je verliest je recht op het startbedrag niet, maar je zult een nieuw attest moeten bezorgen dat na minstens 180 dagen zwangerschap werd opgesteld.
Het startbedrag bedraagt momenteel € 1.269,25 per kind. Bij een meerling ontvang je het bedrag voor elk kind.
Het startbedrag kan ten vroegste twee maanden vóór de vermoedelijke bevallingsdatum worden uitbetaald, op voorwaarde dat je aanvraag en het vereiste medische attest in orde zijn.
Het attest mag worden opgesteld door een arts, gynaecoloog of vroedvrouw. Het moet onder andere je vermoedelijke bevallingsdatum vermelden en aangeven of je een eenling of meerling verwacht.
Niet altijd. Aanvragen die tot en met 31 juli 2026 werden behandeld, vallen volgens de officiële toelichtingsnota nog onder de oude regeling. Voor dossiers die rond de overgangsperiode werden ingediend, vraag je het best aan je uitbetaler welke regel op jouw dossier werd toegepast.
Toevoegen aan mijn lijst
favorieten















